|
Libanon
Libanon is door de eeuwen heen een schuilplaats geweest voor uiteenlopende etnische en religieuze groepen, die in relatieve autonomie en isolement de Libanese dalen en valleien bewonen. De soennieten (20%) vormden van oudsher de dominante politieke factor ten opzichte van de shi'ieten (30%), druzen (7%) en maronitische christenen (25%). Andere kleinere gemeenschappen zijn Grieks-orthodoxen, Katholieken, Armeniërs en Koerden.
Libanon werd in 1941 onafhankelijk van Frankrijk. Het nieuwe politieke staatsapparaat, dat vooral in handen was van christenen, bleek niet opgewassen tegen demografische, politieke en sociaal-economische veranderingen, zoals de groei van een stedelijk proletariaat van vooral shi'iten. In 1958 kwamen moslims in opstand, omdat zij een nieuwe volkstelling eisten. De Libanese regering gaf geen gehoor aan de eis van de moslims en met Amerikaanse steun werd de opstand onderdrukt.
Libanon belandde na 1971 in het strijdtoneel van het Israëlisch-Arabische conflict. De aanwezigheid van de politiek en economisch gemarginaliseerde Palestijnse vluchtelingen, als gevolg van de oorlogen van 1948 en 1967 tussen Israël en de Arabische buurlanden en het verjagen van de PLO in 1971 uit Jordanië, zette de verhoudingen op scherp. In 1975 escaleerde een conflict tussen maronieten en Palestijnen. Het gevolg was een burgeroorlog tussen de 'linkse' soennitische moslims en Palestijnen en 'rechtse' christenen. Libanon werd het strijdtoneel van de regionale grootmachten Syrië, Israël, de VS, Iran en Irak. In 1982 viel Israël, onder leiding van minister van defensie Ariel Sharon, Libanon binnen met als doel om de macht van de PLO te breken en om een bevriend Maronitisch regime in het zadel te helpen. De opzet slaagde ten dele: de leider van de PLO, Yasser Arafat werd naar Tunis verbannen; de Maronitische presidentskandidaat Gemayel werd vermoord. Na de moord op Gemayel richtten christelijke milities een bloedbad aan onder de bewoners van de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla in Beiroet. De moord op Gemayel en het bloedbad markeerden het keerpunt van de Israëlische invasie.
Israël werd vanaf 1982 teruggedreven tot de - eufemistisch genoemde - 'veiligheidszone': met behulp van het Zuid-Libanon Leger (SLA), een door Israël betaalde en bewapende militie, controleerde het Israëlische leger het bezette gebied in Zuid-Libanon. In deze fase ontaarde de burgeroorlog in een bloedige strijd tussen de milities die elkaar in wisselende allianties bestreden, maar waar niemand een definitief overwicht behaalde. In 1991 werd het vredesakkoord van Ta'if (1989) geïmplementeerd. Het was een mager compromis: het confessionele karakter van het politieke bestel werd gehandhaafd, slechts de verdeelsleutel werd veranderd. De maronieten zijn hierbij als verliezers uit de bus gekomen. De milities werden met uitzondering van grotendeels ontwapend. Het Syrische leger houdt Libanon onder controle, er zijn zo'n 30.000 Syrische troepen aanwezig. In 2000 trok Israël zich terug uit de 'veiligheidszone', met uitzondering van de zogenaamde Shab'a farms. Algemeen wordt dit gezien als een resultaat van de voordturende acties van Hezbollah.
Volgens de VN staan er in Libanon 380.000 Palestijnse vluchtelingen geregistreerd, bijna 10 procent van de bevolking. Meer dan de helft hiervan woont in vluchtelingenkampen. De situatie voor Palestijnse vluchtelingen in Libanon is in vergelijking met de omliggende landen ronduit slecht te noemen. Libanon huldigt het standpunt dat er van 'settlement' (vestiging) van Palestijnse vluchtelingen geen sprake kan zijn. Dit betekent dat maatregelen om de situatie van de vluchtelingen te verbeteren, zoals betere behuizing die enigszins de indruk wekken dat Palestijnen permanent in Libanon zullen blijven, worden tegengehouden. Een groot aantal beroepen is verboden voor Palestijnen. Volgens sommige bronnen zouden als gevolg van de repressie en de slechte economische perspectieven al bijna 100.000 Palestijnen Libanon hebben verlaten. Sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden zijn de vluchtelingen in de diaspora politiek en economisch verder gemarginaliseerd. In de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen is de vluchtelingenproblematiek buiten de agenda gebleven. De internationale gemeenschap heeft sinds 'Oslo' weinig oog meer voor de situatie van de Palestijnen buiten de Strook van Gaza en de Westelijke Jordaanoever. IKV Pax Christi steunt lokale vredesactivisten en werkt aan het verbeteren van de behandeling van Palestijnse vluchtelingen in Libanon.
|