wapenexportbeleid

Nederland maakte zich sterk voor het verbeteren van wetgeving op het gebied van brokering (tussenhandel) en marking and tracing van wapens om zo beter zicht te krijgen op de verschillende wapenstromen. Gedurende het Nederlands voorzitterschap van de OVSE werkte Nederland aan betere controle op de (illegale) handel in kleine en lichte wapens. Er zijn dan ook genoeg redenen voor Nederland om zich nu actief in te zetten voor een internationaal Wapenhandelverdrag.

Nederland beschikt over een kleine maar gespecialiseerde defensie-industrie. Het gaat hierbij voornamelijk om technologische wapenexpertise zoals radars en computertechnologie. Aanvragen voor vergunningen voor de uitvoer van militair materieel worden door de Nederlandse regering getoetst aan de criteria van de EU - Gedragscode inzake de Wapenexport. Deze code bevat een aantal criteria die in acht moeten worden genomen voordat men een vergunning afgeeft waaronder:

  • De eerbiediging van de mensenrechten in het land van eindbestemming
  • De mate waarin de wapenleverantie van invloed is op de vrede en veiligheid in de regio
  • De eerbiedig van het internationaal recht door het land van eindbestemming
  • De spanningen of gewapende conflicten in het land van eindbestemming
Het Amnesty/Oxfam rapport Shattered Lives toont aan dat deze criteria door de EU-lidstaten lang niet altijd zorgvuldig in acht worden genomen. Tevens zijn de criteria tot op heden niet juridisch bindend. Zo belanden wapens vanuit de EU nog altijd in landen waar mensenrechtenschendingen aan de orde van de dag zijn zoals Soedan, DR Congo, Israël en andere staten.

De Nederlandse regering zegt de criteria streng te hanteren. In 2001 heeft de Nederlandse overheid verschillende wapenleveranties aan Pakistan en India toegestaan en wordt het wapenexportbeleid ten aanzien van dit land regelmatig versoepeld. Dit terwijl het land al jaren met India in conflict is over de kwestie Kashmir en de spanningen geregeld hoog oplopen. Ook wordt sinds 1999 wapentechnologie aan de Indonesische marine geleverd die op haar beurt een rol speelt in de burgeroorlog in Atjeh (zie voor meer informatie de website van de Stichting Campagne tegen Wapenhandel). Om dergelijke leveranties te voorkomen moet de Nederlandse regering de criteria van de EU - Gedragscode vastleggen in nationale wetgeving –zodat ze juridisch bindend worden -en zodat deze strikt worden nageleefd.

Nederland en doorvoerbeleid
Nederland is een doorvoerland, ook voor wapens. Dit betekent dat wapens soms gedurende korte termijn op Nederlands grondgebied verblijven alvorens zij hun weg vinden naar andere landen. Momenteel hanteert de Nederlandse regering een vergunningsplicht voor doorvoer indien de goederen afkomstig zijn uit, of bestemd zijn voor landen anders dan de EU en NAVO en enkele daarmee gelijkgestelde landen en die enige tijd op Nederlands grondgebied verblijven (langzame doorvoer). Daarnaast kan Nederland een ad hoc vergunningplicht opleggen voor militaire goederen die niet onder de algemene vergunningenplicht vallen, maar waarvoor de Nederlandse regering desondanks een vergunning nodig acht. Bijvoorbeeld in het geval van onduidelijkheid over de aard, herkomst, of bestemming van de zending. Van deze laatste mogelijkheid wordt nooit gebruik gemaakt. Dit beleid betekent in de praktijk dat wapens afkomstig uit de zogenaamde ‘bevriende naties’ in principe niet worden gecontroleerd daar men ervan uitgaat dat het land in kwestie dit al zelf heeft gedaan. Zogenaamde snelle doorvoer wordt -onder meer vanwege administratieve belasting voor uitvoerders en gebruikers – ook niet gecontroleerd. In een door de Nederlandse regering ingestelde evaluatie (2003) van het Nederlands doorvoerbeleid werd aangegeven dat onvolledig inzicht bestaat op de (snelle) doorvoer van wapens door Nederland. Hoewel Nederland als gevolg daarvan een meldplicht voor de doorvoer van wapens heeft ingesteld zijn de resultaten hiervan nog niet bekend.

Het rapport Shattered Lives toont aan dat lang niet elke EU of Navo - lidstaat een even strikt wapenexportbeleid hanteert. Nederland mag er daarom niet zonder meer vanuit gaan dat de wapens afkomstig uit een ‘bevriende natie’ voldoende getoetst zijn aan de criteria van EU - Gedragscode. De Nederlandse Control Arms coalitie vraagt de Nederlandse regering daarom het Nederlands doorvoerbeleid aan te scherpen zodat elke vorm van doorvoer van wapens, ook snelle doorvoer en ook indien de wapens afkomstig zijn uit ‘bevriende naties’, moet voldoen aan een vergunningsplicht. Dit is bijvoorbeeld al het geval in Denemarken, Finland en Oostenrijk.
 
Nederland en handel in componenten
Nederland exporteert op grote schaal onderdelen van wapens aan verschillende landen die deze gebruiken voor de eigen export van wapens. Zo levert Nederland onderdelen van wapens aan de Verenigde Staten, maar zij verschaffen geen gegevens over in welke wapens die onderdelen uiteindelijk terechtkomen en voor welke landen deze zijn bestemd. De Control Arms coalitie roept de Nederlandse regering op om bij de levering van componenten van wapens altijd rekening te houden met het eindgebruik van het materiaal waar de componenten worden ingebouwd. De Nederlandse regering dient geen vergunningen af te geven indien hier geen duidelijkheid over bestaat en zij dient altijd een eindgebruikercertificaat te vragen aan het land waar de wapen componenten voor bestemd zijn.
 
Op de 'Documentatie pagina' vindt u onder andere het recente rapport Onzichtbare Handel, Doorvoer van wapens via Nederland.